Met University College Cork als honderdste organisatie verenigt AMBER Alert Europe partners in 29 landen. Samen werken we aan het voorkomen van vermissingen, het ondersteunen van onderzoeken en het versterken van de bescherming van kinderen. Deze samenwerking richt zich op één belangrijke uitdaging: een kind kan in ernstig gevaar verkeren voordat iemand weet of er een misdrijf is gepleegd. Europa moet dat gevaar kunnen herkennen en erop kunnen reageren.
We heten University College Cork van harte welkom en danken iedere organisatie en ieder individu die heeft bijgedragen aan de opbouw van dit netwerk.
Met de komst van Cork wordt de verbinding tussen ons wetenschappelijk werk en de praktijkervaring sterker. Professor Barry O’Sullivan van University College Cork trad in mei 2026 toe tot onze Wetenschappelijke Adviesraad. Zijn expertise op het gebied van AI en verantwoorde technologie laat zien wat academische samenwerking oplevert: kennis die onderzoekers kan helpen nieuwe methoden effectief en verantwoord in te zetten.
Samenwerking opgebouwd vóór een noodsituatie
Onze ervaring begon in 2008 met AMBER Alert in Nederland. De politie besliste wanneer een alert werd uitgegeven; bedrijven, media en burgers hielpen het te verspreiden. In 2013 richtten we AMBER Alert Europe op om de grensoverschrijdende samenwerking te versterken.
In 2018 werd baby Hannah in Duitsland gevonden na een Nederlandse AMBER Alert. Getuigen in het buitenland gaven informatie die de politie hielp de ontvoering op te lossen. Relaties die vóór de noodsituatie waren opgebouwd, maakten het verschil toen elke minuut telde.
Die les pasten we toe op de samenwerking tussen professionals. Het politienetwerk dat we in 2014 initieerden, werd in 2019 het door de Raad erkende Police Expert Network on Missing Persons (PEN-MP), dat agenten helpt over de landsgrenzen heen contact te leggen met collega’s.
Daarnaast initieerden en ontwikkelden we, in samenwerking met PEN-MP, de Common European Approach. Dit brengt politie-ervaring samen met onderzoek, maatschappelijke organisaties, beleidsmakers en publieksparticipatie. Het doel is praktisch: gevaar eerder herkennen, de zoektocht verbeteren en de omstandigheden aanpakken die een kind in gevaar brengen.
Kennis omzetten in hulp voor onderzoekers
Politie-ervaring brengt vragen aan het licht waarbij onderzoek kan helpen. Ons International Cold Case Analysis Project (ICCAP), het grootste internationale cold case project ter wereld, brengt universiteiten en politiespecialisten samen om echte onderzoeken te bestuderen. Meer dan 1.900 studenten hebben ruim 60 cold cases beoordeeld en droegen bij met frisse analyses en mogelijke aanknopingspunten.
In 2025 won een ICCAP-team voor het tweede jaar op rij de hackathon van de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie. Met behulp van een veilig offline AI-model kon het team binnen zes uur duizenden pagina’s doornemen en aanknopingspunten vinden die rechercheurs vervolgens konden verifiëren.
Die kennis moet ook de professionals bereiken die de zaken van vandaag behandelen. Via onze samenwerking met CEPOL, het EU-agentschap voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving, brengen we expertise over het beoordelen van risico, onderzoek en gesprekken na terugkeer naar politieagenten in heel Europa.
Europees beleid laten werken in de praktijk
De knelpunten uit de praktijk geven ook richting aan ons beleidswerk. Samen met het Sloveense voorzitterschap van de raad van de EU, de Sloveense politie en PEN-MP droegen we bij aan de Raadsconclusies van 2021 over het versterken van de grensoverschrijdende samenwerking bij vermiste personen.
Een concreet voorbeeld van onze inzet op het gebied van wetgeving betreft preventieve signaleringen in het Schengeninformatiesysteem. We hielpen deze signaleringen op de Europese agenda te zetten en werkten met opeenvolgende voorzitterschappen van de Raad toe naar opname ervan in het herziene systeem. Ze stellen autoriteiten in staat om, onder vastgestelde voorwaarden, beschermende maatregelen te nemen voordat een kind dat risico loopt op ontvoering of ander ernstig gevaar naar het buitenland wordt meegenomen.
Ook pleitten we voor zoekacties naar vermiste personen en niet-geïdentificeerde stoffelijke overschotten binnen Prüm II, maar ook buiten strafrechtelijke onderzoeken, en voor strikt gecontroleerd gebruik van biometrische identificatie om vermiste personen te vinden onder de AI-act.
Deze inspanningen hebben één doel gemeen: ervoor zorgen dat autoriteiten over rechtmatige en proportionele middelen beschikken om op te treden wanneer iemand bescherming nodig heeft.
Reageren op gevaar, met de grondrechten als leidraad
Er blijft een onopgelost knelpunt. Toegang tot beschermende maatregelen en opsporingsmiddelen kan afhangen van hoe een vermissing wordt geclassificeerd en waar die plaatsvindt. Het ontbreken van bewijs voor een misdrijf betekent niet dat een kind veilig is.
Samen met professor Koen Lemmens brachten we deze kwestie in 2024 onder de aandacht van de LIBE- en JURI-commissies van het Europees Parlement. Op basis van zijn analyse van het recht op leven betoogden we dat bescherming moet aansluiten bij het gevaar waarin een kind verkeert, ook wanneer een vermissing niet in verband is gebracht met een misdrijf.
Wanneer autoriteiten weten, of behoren te weten, dat een vermist kind een reëel en onmiddellijk risico voor zijn leven loopt, moeten zij binnen hun bevoegdheden redelijke maatregelen kunnen nemen om dat kind te beschermen. Deze plicht om het leven te beschermen moet in de praktijk worden omgezet. Juridische expertise moet agenten helpen die plicht snel na te komen, met rechtmatige en proportionele maatregelen en passende waarborgen voor privacy en andere grondrechten.
Kinderen beschermen, vóór en na een vermissing
Inzicht in de omstandigheden achter vermissingen helpt ons ook om ze te voorkomen.
Onze campagne Thuis hoort veilig te zijn, oftewel Home Should Be Safe werd in 2026 gelanceerd in twintig landen en veertien talen. De campagne is gebaseerd op onderzoek en beoordeeld door experts. Ze helpt volwassenen signalen van huiselijk geweld te herkennen en in actie te komen voordat een kind zich gedwongen voelt weg te lopen.
Het terugvinden van een kind moet ook leiden tot inzicht in wat er is gebeurd. Terugkeergesprekken kunnen misbruik, uitbuiting of andere gevaren aan het licht brengen die aandacht vereisen. Die kennis kan helpen voorkomen dat het kind opnieuw vermist raakt.
Samen de volgende stap zetten
Tijdens het evenement van DG HOME/CERIS van de Europese Commissie in maart 2025 riepen we op tot duurzaam Europees onderzoek dat politie, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en EU-instellingen samenbrengt. Veel prioriteiten die we met onze partners naar voren hebben gebracht, zijn nu terug te zien in de Europese onderzoeksagenda over vermiste personen. Dit biedt de kans om voort te bouwen op bestaande ervaring, samen benaderingen te testen en vast te stellen wat in de praktijk werkt.
Honderd organisaties brengen elk hun eigen vaardigheden, perspectieven en nationale ervaringen mee. Hun waarde groeit wanneer die bijdragen elkaar voeden en de mensen bereiken die dagelijks kinderen beschermen.
We nodigen politieautoriteiten, onderzoekers, beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en technologiepartners uit om hun expertise in te brengen en dit werk verder te helpen. Elke bijdrage moet ons dichter brengen bij een kind dat beschermd wordt voordat het vermist raakt, sneller gevonden wordt als dat toch gebeurt, en daarna veilig blijft. Dat is het doel van onze samenwerking en de ambitie achter #ZeroMissingKids.
Voor vragen kunt u contact met ons opnemen via: info@amberalert.eu